In 1952 wordt het handelsfonds van Brasserie du Parc overgenomen door Karel « Louis » Lodewijk De Koninck en Elizabeth « Liza » Spinnoy. Het gebouw zelf behoort toe aan Limbourg, een biersteker uit de Kattebroekwijk. Het is Liza die het café zal uitbaten.  Louis heeft een voltijdse job in de transportsector.  Op drukke momenten en in de weekends steekt Louis een handje toe.

Wij hadden een gesprek met hun enige zoon Jean-Pierre.  Op het moment dat de ouders De Koninck het café overnamen was Jean-Pierre zeven jaar.

Het café was in de jaren vijftig nog niet half zo groot als nu. De oppervlakte besloeg het voorste gedeelte van het huidige café : het gedeelte tussen de twee vensters en de toog langs straatzijde.

Er stonden een achttal tafels, een echte Wurlitzer jukebox met 78-toeren platen, een golfbiljart en een sjoelbak. De jukebox zorgde meerdere malen voor ambiance in het café.  Dikwijls werd er op de tafels gedanst!  We zitten in de periode waar de rock&roll stilaan voet aan de grond kreeg in België.  Maar toch zou het nog een aantal jaren duren vooraleer deze muziek in Brasserie du Parc geapprecieerd wordt.  Liedjes van eigen bodem, zoals “ziet de boerinnekes hun rokskes zwaaien” behoorden steevast tot de toppers.

Het terras van Brasserie du Parc was groter dan het terras van Het Groot Genoegen :  het omvatte het huidige terras van eethuis Pastagenoeg en de helft van het huidige terras van café Het Vraagteken.  Het Vraagteken bestond toen nog niet, het was een braakliggend terrein.  Het terras van Het Vraagteken werd verdeeld tussen Brasserie du Parc en La Vue du Château (nu : Verwenkaffee).  Dikwijls namen de uitbaters van beide café’s een loopje met de fiktieve scheidingslijn.  Na de zoveelste discussie over wiens terras nu juist of verkeerd stond besloot Limbourg scheidingswanden tussen beide café’s aan te brengen.

Brasserie du Parc was in de jaren vijftig zeven dagen op zeven open.  Louis stond elke dag van de week rond vijf uur op.  Hij opende het café voor de gemeentearbeiders.  Louis zette de fles jenever met een aantal glazen op de toog.  Terwijl Louis zich klaarmaakte « kapten » de gemeentewerkers enkele jenevers achterover.  Plichtsgetrouw noteeerden de Dilbeekse werkmannen hun consommaties op een bierkaartje en kwamen die op het einde van de week afrekenen.  Meestal nadat ze hun « pré » gekregen hadden.

Het geven van sterke dranken was in die tijd verboden. Zelfs jenever mocht niet geschonken worden. Een drankvergunning zoals we die de dag van vandaag kennen, bestond toen nog niet. Regelmatig werden er door de “vliegende brigade” (onderdeel van de politie) controle’s in de drankgelegenheden uitgevoerd op het geven van geestesrijke dranken. Werd je gesnapt, kon je op een fikse boete rekenen. Maar weinig café uitbaters hielden zich aan deze regel. De mensen die een jeneverke vroegen, kregen ook een pint voorgeschoteld. Op het moment dat de vliegende brigade binnen viel, werd het jeneverke snel uitgedronken of gewoon op de vloer uitgegoten. Het kleine jeneverglas verdween in een broek- of jaszak. En voor de neus van de klant stond er een pint dus de vliegende brigade kon geen onregelmatigheden vaststellen.

Brasserie du Parc was in de na-oorlogse periode een volkscafé. Voor een brasserie met standing moest je in La Vue du Château zijn. Elke zondagmorgen werd er bij Liza en Louis met de kaarten gespeeld.  Vlamingen en Franstaligen speelden samen rond dezelfde kaarttafel.  Dikwijls verstonden de Vlamingen geen woord Frans en de Franstaligen geen woord Nederlands.  Maar dat deerde niet.  Kaartspelen blijkt taaloverschreidend te zijn.

In de zomer kwamen veel Brusselaars naar het Dilbeekse gemeenteplein afgezakt. Om de sjieke Brusselaars aan te trekken, plaatsen Liza en Louis rieten zetels met bijhorende tafeltjes op het terras. En het werkte. Meer zelfs, in de zomer kon je in Brasserie du Parc boterhammen met plattekaas, kipkap of hesp krijgen met een lekkere Geuze of Kriek erbij.

De jaarmarkt was elk jaar een hoogtepunt. Binnen en op het terras werden extra comptoirs geplaatst. Het café opende om vijf uur ‘s morgens en sloot pas de volgende morgen in de vroege uurtjes. Geuze, Kriek en Lambik vloeiden rijkelijk.

In die tijd werd er enkel pils van het vat gegeven. Alle andere bieren kwamen uit flessen. Voor een pintje betaalde je 2,5 bef.

In de jaren vijftig was Brasserie du Parc een vrij café.  Verschillende bierstekers zoals Sjeurre, Mertens en Limbourg leverden producten bij Liza en Louis.  In die tijd kon je nog « marchanderen » met de bierleveranciers.  Dikwijls streden de bierstekers voor de goedkoopste prijs om toch maar te kunnen leveren aan Brasserie du Parc.  Alleen de cola kwam van Coca Cola zelf.  De cola werd geleverd in houten bakken en was in die tijd eerder een luxe-product.

In 1954 deed de televisie zijn intrede in het café. Vele klanten kwamen kijken naar de bekende programma’s Schipper naast Mathilde en Bonanza. Commercieel gezien was dit geen succes. De TV kijkers dronken meestal niet veel en het lawaai van de televisie stoorde dikwijls de kaartspelen. Maar Liza en Louis waren toch één van de eersten die over een televisietoestel beschikten.

Enkele bekende fenomen uit die tijd waren Jean den agent, Suske zat, zatte Clemantine en brutten Doren. Schrijver Aster Berkhof en zijn vrouw Nora Steyaert behoorden tot de graaggeziene gasten van Brasserie du Parc.

In 1961 besloot Liza om gezondheidsredenen het caféleven achter zich te laten. Jean-Pierre had geen zin om in de voetsporen van zijn moeder te treden maar volgde de weg van zijn vader: de transportsector. Het handelsfonds werd overgenomen door de familie Scholiers – Van Hoof.

(tekst: Jean-Pierre De Koninck-Bart Wauters - foto's: Jean-Pierre De Koninck-Françoise De Koninck)